DE VERHEERLIJKING VAN “UIT HET HOOFD LEREN”


15 januari 2016

Onderstaande brief kreeg ik van een moeder. Niet aan mij gericht, maar in een poging begrip te zoeken. De brief heeft me diep geraakt. Ik deel het op deze site om enerzijds bewustzijn te creeëren, anderzijds om u te vragen ook eerlijk uw verhaal te delen. Bij veel reactie kan er een blog over worden opgesteld. Reacties zijn ook welkom op de facebookpagina van The Climing Fish (zie link onderaan de site). Ik hoor het graag van jullie. En aan de moeder in kwestie: dank dat ik dit mag delen. Ik bewonder uw durf en schrijftalent. Ik sta voor open communicatie en ik hoop dat we (begeleiders, coaches, ouders, leerkrachten, scholen, ...) allen in debat kunnen gaan om onze scholen en toekomst te helpen groeien.

DE VERHEERLIJKING VAN “UIT HET HOOFD LEREN”

 

In een rechthoekige driehoek is de som van de kwadraten van de rechthoekszijden gelijk aan het kwadraat van de schuine zijde.

Eén : ik ben dit gaan opzoeken, twee: ik ken dit uit het hoofd, drie : ik begrijp dit en kan het toepassen. Welk van deze 3 opties is de belangrijkste ? Om op dat ene examen in juni de juiste zin te kunnen schrijven en daar een punt mee te verdienen is het antwoord onmiskenbaar nummer 2. In het overige deel van mijn leven is het enkel belangrijk dat ik weet dat er “iets in die zin” bestaat, dat ik de formule kan opzoeken en dat ik ze kan toepassen wanneer de noodzaak hiertoe zich presenteert.

En ja, het heet “De stelling van Pythagoras”. Is dat belangrijk ? Op zich niet echt maar het helpt wel om de formule later te kunnen opzoeken. En je verdient er vast een punt mee in “Blokken”.

We hebben ze hard nodig, die mensen met een talent om uit het hoofd te leren, daar ben ik rotsvast van overtuigd. Maar “uit het hoofd” leren is niet zaligmakend. De manier waarop wij doorgaans het concept benaderen is enigszins bevreemdend. Iemand die HET talent bezit achten wij “normaal”. Het is gewoon de norm. Iemand die goed kan tekenen is al gauw een kunstenaar en een begenadigd pianospeler heet een artiest. Een leerling in mindere mate werd bedeeld met HET talent, krijgt al snel de stempel “zwakkere leerling.” Iemand die geen noot piano kan spelen … kan gewoon geen noot piano spelen en dat heeft verder geen sociaal-maatschappelijke impact.

Eigenlijk staat het woord “leren” in de kwestieuze uitdrukking daar mijn inziens onterecht. Er is een essentieel verschil tussen leren en studeren. Je kan leren kunstschaatsen maar je kan het niet studeren. Als je nooit het gevoel van het ijs onder een schaats hebt gehad maar enkel de fysica van de uit te voeren figuren beheerst, ga je onvermijdelijk op je bek.

En dan zijn er nog die twee andere uitdrukkingen : “iets van binnen en van buiten kennen” en “iets van buiten kennen”. De vlag dekt hier duidelijk de lading : je kent de inhoud en de verpakking of je kent enkel de verpakking. In onze spreektaal gebruiken we “uit het hoofd leren” en “van buiten kennen” dan ook vlotjes door elkaar.

Maar even terug naar de gelukkige bezitters van HET talent. Driewerf Hoera ! omdat ze bestaan en we zijn hen collectief dankbaar om dat talent ten volle te benutten. Spoedartsen die eerst een formularium moeten zoeken om te kunnen communiceren met specialisten, je wil het als patiënt niet meemaken.

Ons onderwijssysteem is grotendeels gebaseerd op theorie slikken om die dan op een (liefst niet al te veel) latere datum terug uit te spuwen. Deze onsmakelijke benadering valt eigenlijk vrij letterlijk te nemen. Als het examen van maandag gedaan is, telt enkel nog dat van dinsdag. Dat van maandag is (te) snel vergeten. Maar waarom blijven we dan dat memoriseren zo goddelijk vinden ? Dat lijkt mij geschiedkundig zo gegroeid. Vroeger was er “het college” en “de vakschool”. Behalve een zogezegde (onterechte) reflectie van hersenactiviteit gaf dit misschien eerder de financieel/maatschappelijke status van de ouders weer.

Gelukkig zijn we ondertussen al een heel eind geëvolueerd wat de toegankelijkheid van het onderwijs betreft.

Daar staat tegenover dat we op het andere vlak toch nog een eind te gaan hebben : het college heet nu ASO, de vakschool is gekend als BSO en daar ergens tussenin vinden we het TSO. What’s in a name ?

ASO genereert nog steeds bewondering, BSO wordt ten zeerste geapprecieerd en TSO is … ja, wat is dat nu juist ?

TSO situeert zich onmiskenbaar in de minst benijdenswaardige positie. Zowel de studeerdruk als de leerdruk kunnen er erg hoog liggen. Wat dat laatste betreft uit ik graag even mijn ongenoegen over groepswerken. Deze durven nogal eens te ontaarden in thuiswerk waarbij de vervoersdiensten van bereidwillige ouders uberiaanse allures kunnen aannemen. (Ach, met dat gat in de ozonlaag komt het wel goed.) Lang leve Skype en aanverwante technologieën! Leerkrachten stellen dan dat groepswerken belangrijk zijn om te leren samenwerken zoals ze dat later in het bedrijfsleven ook zullen moeten. Klopt als een bus maar als mijn kinderen later in het bedrijfsleven zitten hangt mijn chauffeurskepie hopelijk al lang aan de haak en zijn de participerenden doorgaans op hetzelfde moment (en dezelfde locatie) beschikbaar.

Uit ervaring moet ik vaststellen dat het “uit het hoofd leren” in een TSO richting bij wijlen even sterk wordt doorgedreven dan in ASO. En dat is nu juist voor ondergetekende een brug te ver aangezien het percentage leerlingen met leerstoornissen in TSO veel hoger ligt dan in ASO. Maar wordt daar voldoende rekening mee gehouden ? Alle bestaande zorgplannen en welwillende leerkrachten ten spijt loopt het soms toch grondig mis.

Neem nu volgend begrip uit natuurkunde : ATP. Wat is belangrijk ? Dat de leerling kan uitleggen wat het is en wat het doet maar ook dat hij/zij het woord voluit kan schrijven ? ATP = Adenosinetrifosfaat. Leuk voor de leerlingen met dyslexie : daar gaat alweer een punt !

Ik ben zo vrij een alinea toe te voegen uit een werkdocument van het CLB aangaande dyslexie (VVKSO – VCLB ref 2007-06-06 – M-VVKSO-2007-027):

2.5.2.2 Losse feiten onthouden

Leerstof met logica verwerken dyslectici doorgaans veel makkelijker dan leerstof waar amper verbanden te leggen zijn. Zo zijn definities en symbolen moeilijk letterlijk te onthouden, ook schrijfwijzen waar geen regels achter zitten (bv. vreemde woorden). Zo hoort men vaak van dyslectici dat ze in hun kleuterperiode heel moeilijk de kleuren konden benoemen, de namen van de kinderen, wat precies voor en na is.

2.5.2.3 Problemen in het werkgeheugen

Talige informatie wordt moeizamer verwerkt. Zo worden bv. meervoudige of lange instructies moeizamer onthouden.

Anderzijds wordt het werkgeheugen sterk overbelast omdat men minder geautomatiseerde kennis heeft:

  • Lezen is voor hen steeds een dubbeltaak: het ontsleutelen van de klanken en de betekenis meenemen;
  • bij wiskunde hebben sommigen nog problemen met eenvoudige rekenbewerkingen (zoals automatisatie van tafels of optelsommen). Ook hier hebben ze als het ware een dubbele taak: de eigenlijke opgave oplossen en voldoende aandacht besteden aan de rekenbewerkingen die niet vlot verlopen. Vaak merken we ook dat het onthouden van getallen en ze juist neerschrijven, moeilijk is (bv. '54' niet schrijven als '45' omdat men eerst '4' hoort).
  • Vaak hebben leerlingen met dyslexie voldoende tekstbegrip, maar onthouden van eigennamen is veel moeilijker.

Het weze duidelijk dat leerlingen met leerstoornissen die - nagenoeg automatisch - in een TSO richting terechtkomen, zich daar in een precaire situatie kunnen bevinden wanneer de nadruk wordt gelegd op letterlijk memoriseren.

Massa’s pagina’s uit het hoofd laten leren met als doel niet de inhoud van die pagina’s, maar wel later op de universiteit of hoger onderwijs mee te kunnen, ik heb er zo mijn twijfels bij.

Veel belangrijker lijkt het me dat de leerlingen zoeken wat voor hen de meest renderende manier van studeren is. Voor de grote massa is dat misschien het huidige gangbare systeem. Maar onderwijs is er voor iedereen, niet alleen voor de grote massa. Wanneer een leerling de, voor hem/haar, ideale studeermethode heeft ontdekt, maakt het niet meer zoveel uit of hij/zij later geschiedenis dan wel verpleegkunde wil studeren. Dan komen we op het punt dat passie en interesse de basis van een opleiding kunnen zijn in plaats van de mate waarin we kunnen memoriseren.

Ik herinner mij in deze context de passage van professor Eva Brems in “De slimste mens ter wereld” waar ze zei : “Bij mij is het altijd open boek examen. Ik heb liever dat de studenten laten blijken dat ze kunnen nadenken dan dat ze kunnen herhalen wat een ander vóór hen al heeft vastgesteld”.

Zolang het “uit het hoofd leren” met stip op 1 blijft staan in de onderwijshitparade, zal er helaas veel talent blijven verloren gaan.

 

Een moeder

 

P.S. Ikzelf kon prima “uit het hoofd leren” en heb probleemloos ASO wiskunde (8u) gevolgd. Op de universiteit bakte ik er niks van (zo zie je maar dat ook een goed geheugen geen garanties geeft) en ik ben daarna afgestudeerd als regentes, nog steeds in de volle overtuiging dat “uit het hoofd leren” één van de evidenties van ons aardse bestaan is. (Flagrante tekortkomingen in de leerkrachtenopleiding van destijds !) Een interim job in een TSO/BSO school én het moederschap hebben mij de ogen geopend.

 

 

 

 

Is alles duidelijk en weet je genoeg?

Of net niet en wil je ons een vraag stellen?

Wil je graag weten wat wij voor jou kunnen betekenen?

Of is alles helder en wil je meteen een afspraak maken?